Eerlijke competitie
Publieke opinie over transgender in de vrouwensport: waarom peilingen al jaren dezelfde kant op wijzen
Peilingen in de VS, het VK en daarbuiten laten steevast een ruime meerderheid zien voor een beschermde vrouwencategorie. Wat meten die onderzoeken precies, en hoe stabiel zijn de uitkomsten?

De publieke opinie over transgender deelname aan de vrouwensport is een van de weinige onderdelen van het genderdebat waarover de cijfers al jaren dezelfde kant op wijzen. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië kiest telkens een ruime meerderheid voor een vrouwencategorie die aan vrouwen is voorbehouden. Die meerderheid loopt dwars door partijen, leeftijdsgroepen en geslachten heen. Tegelijk laten dezelfde onderzoeken zien dat de steun voor transgender mensen op andere terreinen, zoals werk en bescherming tegen discriminatie, juist groot is. Die combinatie maakt de peilingen interessanter dan de kop erboven meestal suggereert.
Wat peilingen over de vrouwensport precies meten
Peilingen over dit onderwerp stellen niet allemaal dezelfde vraag, en dat verklaart een deel van de verschillen tussen de uitkomsten. Gallup legt respondenten een keuze voor: moeten transgender atleten uitkomen in de categorie van het geslacht waarin zij geboren zijn, of in de categorie die past bij hun genderidentiteit. Pew Research Center formuleert het als een beleidsvraag: bent u voor of tegen een regel die atleten verplicht uit te komen in de categorie van hun geboortegeslacht. Weer andere onderzoeken vragen expliciet naar transvrouwen in de vrouwencompetitie.
Die formuleringen zijn niet uitwisselbaar. Een vraag met twee scherp tegenover elkaar gezette opties dwingt tot kiezen, terwijl een beleidsvraag ruimte laat voor twijfel en voor de optie geen mening. Wie peilingen naast elkaar legt, moet dus altijd eerst naar de vraagstelling kijken voordat hij percentages met elkaar vergelijkt. Toch is het opvallende juist dat de richting van de uitkomst nauwelijks van de formulering afhangt: bij vrijwel elke variant komt dezelfde meerderheid uit de bus.
Een tweede meetkeuze die ertoe doet, is of er onderscheid wordt gemaakt tussen breedtesport en topsport. Onderzoeken die apart vragen naar schoolsport, recreatieve competities en kampioenschappen vinden regelmatig dat mensen soepeler denken over deelname zonder titels en prijzen dan over deelname aan wedstrijden waar het ergens om gaat. Dat onderscheid speelt ook in het beleid van bonden een hoofdrol, zoals te zien is in de discussie over de grens tussen breedtesport en topsport.
De Verenigde Staten: een brede en groeiende meerderheid
Gallup meet dit onderwerp sinds 2021 met dezelfde vraag, wat de cijfers goed vergelijkbaar maakt. In de eerste meting koos ruim zes op de tien Amerikanen voor deelname op basis van het geboortegeslacht. Bij de herhaling twee jaar later was dat aandeel gestegen tot bijna zeven op de tien, terwijl de groep die voor genderidentiteit koos juist kleiner werd. Het is een van de weinige onderwerpen in het Amerikaanse maatschappelijke debat waarop de opinie in korte tijd meetbaar in één richting is opgeschoven.
Pew Research Center vond in zijn grote onderzoek naar opvattingen over genderidentiteit uit 2022 een vergelijkbaar beeld: een duidelijke meerderheid van de Amerikanen steunde een regel die atleten laat uitkomen in de categorie van hun geboortegeslacht. In latere metingen van hetzelfde instituut nam die steun verder toe. Pew liet daarbij zien dat dezelfde respondenten in meerderheid vonden dat de samenleving transgender mensen moet beschermen tegen discriminatie, wat aangeeft dat mensen deze vragen niet als één pakket behandelen.
De hoogste percentages kwamen uit een peiling die The New York Times begin 2025 samen met Ipsos liet uitvoeren. Daarin sprak bijna acht op de tien respondenten zich uit tegen deelname van transvrouwen aan de vrouwencategorie. Opvallender dan het totaal was de verdeling: ook onder kiezers van de Democratische Partij was een duidelijke meerderheid tegen. Daarmee viel het beeld weg dat dit onderwerp louter een breuklijn tussen links en rechts zou volgen.
Verschillen tussen groepen zijn kleiner dan verwacht
De verschillen tussen demografische groepen bestaan wel degelijk, maar ze veranderen zelden de uitkomst. Republikeinse kiezers zijn het meest uitgesproken, met percentages die richting de negentig gaan. Democratische kiezers zijn verdeelder, en onder hen is de groep die deelname op basis van genderidentiteit steunt het grootst. Toch komt ook daar in de meeste recente metingen geen meerderheid meer uit voor die positie.
Tussen mannen en vrouwen zijn de verschillen klein. Dat is opmerkelijk, omdat het onderwerp direct raakt aan de sportkansen van meisjes en vrouwen en je een groter verschil zou verwachten. Jongere respondenten staan gemiddeld iets welwillender tegenover deelname op basis van genderidentiteit dan oudere, maar ook in de jongste leeftijdsgroepen is de balans de afgelopen jaren doorgeslagen naar bescherming van de categorie.
Dat de cijfers zo eenduidig zijn, heeft het onderwerp politiek bruikbaar gemaakt. In de Amerikaanse verkiezingscampagne van 2024 werd het thema prominent ingezet in advertenties, en na de machtswisseling volgde snel federaal beleid. De koerswijziging van de studentensportkoepel, beschreven in het artikel over het NCAA-beleid vanaf 2025, kwam in datzelfde tijdsgewricht tot stand. Peilingen waren daarbij geen oorzaak, maar wel de bodem waarop bestuurders durfden te bewegen.
Het Verenigd Koninkrijk: dezelfde richting, ander politiek klimaat
In het Verenigd Koninkrijk meet YouGov dit onderwerp al enkele jaren met regelmaat. Ook daar spreekt een ruime meerderheid zich uit tegen deelname van transvrouwen aan de vrouwencategorie in de wedstrijdsport, en ook daar is die meerderheid in de loop van de tijd gegroeid. Het Britse patroon wijkt in één opzicht af: de steun voor transgender mensen op andere terreinen ligt er gemiddeld hoger dan in de Verenigde Staten, terwijl de weerstand tegen deelname aan de vrouwensport vergelijkbaar is.
Britse sportbonden bewogen eerder en scherper dan hun Amerikaanse tegenhangers. World Rugby ging in 2020 als eerste internationale bond om, de Engelse rugbybond volgde in 2022, en in mei 2023 koos ook de nationale wielerbond voor een vrouwencategorie die is voorbehouden aan bij de geboorte vrouwelijke renners. Die laatste ommezwaai, uiteengezet in het artikel over het beleid van British Cycling, kwam er na een casus die het land maandenlang bezighield.
Het Britse voorbeeld laat zien dat de publieke opinie zelden alleen werkt. Er was ook een concrete aanleiding, een reeks krantenkoppen en een bond die juridisch advies inwon. Peilingen leverden de context waarbinnen zo'n besluit uitlegbaar werd, maar de directe aanleiding lag telkens in een individuele wedstrijd of uitslag.
Nederland: weinig cijfers, veel aannames
Wie naar Nederlandse cijfers zoekt, komt bedrogen uit. Representatief peilingonderzoek dat specifiek vraagt naar de vrouwencategorie in de sport is hier schaars, en de onderzoeken die er zijn stellen de vraag vaak als onderdeel van een bredere reeks over transgenderrechten. Daardoor is niet goed te zeggen hoe Nederlanders precies over dit specifieke onderwerp denken, en is elke stellige uitspraak erover in feite een aanname.
Dat gebrek aan data hangt samen met de late start van het debat. In Nederland kwam het onderwerp pas de laatste jaren op de agenda, mede doordat er weinig zichtbare casussen op topsportniveau waren. NOC*NSF en de meeste bonden verwijzen voor topsport naar het beleid van de internationale federaties en hebben voor de breedtesport nauwelijks eigen regels vastgelegd. Het overzicht in het artikel over het beleid van de Nederlandse sportbonden laat zien hoe versnipperd dat landschap is.
Voorlopig is het verstandigste wat over de Nederlandse opinie te zeggen valt, dat er geen reden is om aan te nemen dat zij structureel afwijkt van die in vergelijkbare West-Europese landen. Waar wel gemeten wordt, blijkt het patroon opvallend robuust over landsgrenzen heen. Maar zolang die metingen hier ontbreken, blijft het bij een redelijke verwachting, geen vaststelling.
Wat sporters zelf zeggen
Naast peilingen onder het algemene publiek is er een klein aantal onderzoeken onder sporters zelf. De BBC hield in 2022 een enquête onder Britse topsportsters, waarin ruim de helft van de respondenten aangaf zich ongemakkelijk te voelen bij deelname van transvrouwen aan hun eigen categorie. Bijna alle deelneemsters vulden die enquête anoniem in, wat volgens de omroep tekenend was voor de sfeer rond het onderwerp.
Prominente oud-olympiërs spraken zich wel onder eigen naam uit. Zwemster Sharron Davies en tennisster Martina Navratilova pleitten al voor de grote beleidswijzigingen van 2022 en 2023 openlijk voor het behoud van een gesloten vrouwencategorie. Beiden kregen daarop stevige kritiek, wat precies het mechanisme illustreert dat actieve sporters ervan weerhoudt hun mond open te doen. Meer daarover staat in het artikel over de zwijgcultuur onder atletes.
Het verschil tussen anonieme en openbare uitspraken maakt onderzoek onder sporters lastig te interpreteren. Wie alleen de openbare uitspraken telt, ziet een verdeeld veld met veel voorzichtige formuleringen. Wie de anonieme enquêtes leest, ziet een veel eenduidiger beeld. Die kloof zegt op zichzelf iets, en komt uitgebreider aan bod in het overzicht van wat atletes zelf vinden.
Waarom de uitkomsten zo consistent zijn
De stabiliteit van de cijfers over landen en jaren heen vraagt om een verklaring. De meest waarschijnlijke is dat mensen intuïtief begrijpen waarvoor sportcategorieën bestaan. Vrijwel iedereen kent gewichtsklassen bij het boksen, leeftijdsklassen in de jeugdsport en handicaps bij het golf. Een categorie is een instrument om vergelijkbare deelnemers bij elkaar te zetten, en zodra dat instrument zijn grens verliest, verliest het ook zijn functie.
Die intuïtie sluit aan bij wat het onderzoek naar fysieke verschillen laat zien. De review van Hilton en Lundberg uit 2021 concludeerde dat het kracht- en spiermassavoordeel na hormoontherapie slechts beperkt afneemt, terwijl skelet, lengte en hartlongcapaciteit grotendeels blijven. De bevindingen zijn samengevat in het artikel over het onderzoek van Hilton en Lundberg. Het publiek leest die studies niet, maar de kernboodschap ervan is via de media wel doorgedrongen.
Ten slotte splitsen respondenten het onderwerp consequent in twee vragen: hoe gaan wij met transgender mensen om, en welk lichaam hoort in welke categorie thuis. Op de eerste vraag antwoordt een meerderheid welwillend, op de tweede terughoudend. Dat mensen die vragen scheiden, is de belangrijkste reden waarom peilingen die beide door elkaar halen weinig zeggen. Wie de bredere maatschappelijke doorwerking van dat onderscheid wil volgen, vindt daarover meer op de site over de gevolgen van genderbeleid.
Het gat tussen publieke opinie en bestuurskamers
Jarenlang liep het beleid van sportbestuurders achter op de gemeten publieke opinie. Het raamwerk dat het IOC eind 2021 publiceerde ging uit van deelname op basis van genderidentiteit, tenzij een bond met bewijs kon aantonen dat er sprake was van een onevenredig voordeel. De bewijslast lag daarmee bij wie wilde uitsluiten, en dat was op dat moment het tegenovergestelde van waar de meerderheid van het publiek stond.
Vanaf 2022 draaide dat. Wereldzwembond World Aquatics ging als eerste grote federatie om, World Athletics volgde in maart 2023 met een uitsluiting van atleten die een mannelijke puberteit hadden doorgemaakt, en daarna schoven cricket, wielrennen en de Amerikaanse studentensport aan. In 2025 zette ook het IOC zelf onder een nieuwe voorzitter koers naar bescherming van de vrouwencategorie. Het gat tussen publiek en bestuur is daarmee grotendeels gedicht.
Dat bestuurders traag bewogen, had niet alleen met opvattingen te maken. Bonden wegen juridische risico's, sponsorbelangen en de kans op procedures bij het Hof van Arbitrage voor Sport. Pas toen de eerste federaties hun beleid overeind zagen blijven, durfden andere te volgen. Bestuurlijke voorzichtigheid, niet onwil, verklaart een groot deel van de vertraging. Het bredere overzicht van dat debat staat in het dossier eerlijke competitie.
Wat peilingen niet beslissen
Een meerderheid maakt een standpunt niet vanzelf juist. Grondrechten worden niet per peiling vastgesteld, en de geschiedenis kent genoeg voorbeelden van meerderheden die er achteraf naast zaten. Wie het pleidooi voor een beschermde vrouwencategorie uitsluitend op publieke steun bouwt, bouwt op zand: de argumenten moeten het uiteindelijk hebben van meetbare prestatieverschillen, van veiligheid in contactsporten en van de vraag waarvoor de categorie ooit is ingesteld.
Omgekeerd kunnen bestuurders die steun ook niet eindeloos negeren. Sport draait op vrijwilligers, contributies, publiek en sponsors. Een regel die door een grote meerderheid van de eigen achterban als oneerlijk wordt ervaren, ondermijnt op termijn de bereidheid om mee te doen. Legitimiteit is voor een sportbond geen bijzaak maar bestaansvoorwaarde, en daarin ligt de werkelijke betekenis van deze cijfers.
Dat verklaart waarom de aandacht van bonden verschuift naar oplossingen die beide belangen proberen te dienen. De open categorie, waarin iedereen mag starten ongeacht geslacht of genderidentiteit, wordt inmiddels door meerdere federaties uitgeprobeerd. Of die route werkt, hangt af van deelnemersaantallen en van de vraag of zo'n categorie niet in de praktijk leeg blijft. De argumenten voor en tegen staan in het artikel over de open categorie als oplossing.
Bronnen
- Gallup (2021 en 2023). Peilingen over deelname van transgender atleten aan sportcompetities in de Verenigde Staten.
- Pew Research Center (2022). Americans' Complex Views on Gender Identity and Transgender Issues.
- The New York Times / Ipsos (januari 2025). Peiling over opvattingen rond transgenderbeleid.
- YouGov. Doorlopende peilingen in het Verenigd Koninkrijk over deelname aan de vrouwencategorie in de sport.
- BBC Sport (2022). Elite British Sportswomen's Survey.
- International Olympic Committee (2021). Framework on Fairness, Inclusion and Non-Discrimination on the Basis of Gender Identity and Sex Variations.
- Hilton EN, Lundberg TR (2021). Transgender Women in the Female Category of Sport. Sports Medicine 51:199-214.
Redactie Gendersport.nl
Onafhankelijke redactie die sportwetenschap, systematische reviews en officiële reglementen toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of sportmedisch advies. Laatst bijgewerkt op 19 augustus 2025.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Eerlijke competitie

Eerlijke competitie
Transvrouwen in de vrouwensport: het debat helder uitgelegd
Een genuanceerd overzicht van het debat over transvrouwen in de vrouwensport: wat de wetenschap zegt over prestatievoordeel, hoe eerlijkheid, veiligheid en inclusie botsen, en welke keuzes bonden maken.

Eerlijke competitie
Eerlijkheid in de vrouwensport: waarom een beschermde categorie bestaat
Waarom kent de sport een aparte vrouwencategorie op basis van biologisch geslacht, en wat staat er op het spel als de eerlijkheid daarvan onder druk komt te staan?

Eerlijke competitie
Transgender en veiligheid in contactsport: kracht, massa en blessurerisico
In contact- en vechtsport zoals rugby, judo en boksen tellen verschillen in kracht, massa en snelheid direct mee in het blessurerisico. Wat betekent dat voor transvrouwen in de vrouwencategorie?

Eerlijke competitie
Breedtesport of topsport: waar ligt de grens in het transgenderbeleid van sportbonden?
Veel bonden regelen alleen de topsport en laten de breedtesport vrij. Maar bij prijzengeld, promotie en kampioenschappen blijkt die grens in de praktijk nauwelijks te trekken.