Wetenschap
Spiermassa bij een transvrouw na hormoontherapie: wat een jaar testosteronsuppressie werkelijk verandert
Spiermassa daalt bij transvrouwen na een jaar hormoontherapie met ongeveer vijf procent, terwijl de spierkracht grotendeels behouden blijft. Wat het onderzoek laat zien en waarom dat verschil telt.

Hoeveel spiermassa verliest een transvrouw na hormoontherapie? Die vraag staat in het hart van het sportdebat, want als het antwoord groot genoeg is, verdwijnt het probleem vanzelf. Het gepubliceerde onderzoek geeft echter een nuchter antwoord: na twaalf maanden testosteronsuppressie daalt de spiermassa met ongeveer vijf procent, en de kracht daalt nog minder dan dat. Dit artikel zet op een rij wat er precies gemeten is, hoe betrouwbaar die metingen zijn en waar het onderzoek tekortschiet.
Wat testosteron met spierweefsel doet
Testosteron is het krachtigste natuurlijke anabole hormoon in het menselijk lichaam. Tijdens de mannelijke puberteit zorgt het voor een snelle toename van spiervezeldikte, botlengte en botdichtheid. Aan het einde van de adolescentie heeft een gemiddelde jongeman aanzienlijk meer vetvrije massa dan een gemiddelde vrouw, en die massa zit vooral in de bovenbenen, de rug en de schoudergordel. Dat verschil ontstaat niet in de loop van jaren van training, maar in een periode van ongeveer vijf jaar rond de puberteit.
Wanneer testosteron later wordt onderdrukt, verdwijnt de aanmaakprikkel voor nieuw spiereiwit grotendeels. Het lichaam breekt daarop een deel van de opgebouwde massa af. De vraag is alleen hoeveel, en op welke termijn. Dat de opbouw snel ging betekent namelijk niet dat de afbraak even snel verloopt: spierweefsel is een relatief traag systeem, en de skeletbouw waar die spieren aan hangen verandert helemaal niet meer. Wie daar dieper in wil duiken, leest ons artikel over de rol van de mannelijke puberteit.
De studie van Wiik en collega's aan het Karolinska Institutet
De meest geciteerde meting op dit terrein komt uit Zweden. Wiik en collega's, onder wie fysioloog Tommy Lundberg, volgden een groep transgender personen gedurende twaalf maanden hormonale behandeling en publiceerden hun resultaten in 2020 in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism. Het bijzondere aan die studie is de meetkwaliteit: de onderzoekers gebruikten niet alleen weegschaalgegevens en DEXA-scans, maar ook magnetische resonantiebeelden van de dijspier en directe krachtmetingen op een geijkte dynamometer.
De deelnemers werden voor aanvang van de behandeling gemeten en daarna opnieuw na twaalf maanden. Bij de transmannen in de studie zag de onderzoeksgroep precies wat je van testosteron verwacht: het spiervolume in het bovenbeen nam fors toe en de kracht steeg mee. Die spiegelbeeldige uitkomst is belangrijk, want zij laat zien dat de meetmethode gevoelig genoeg is om echte veranderingen op te pikken. Wat bij de transvrouwen gevonden werd, kan dus niet worden weggezet als meetruis.
Ongeveer vijf procent minder spiervolume na twaalf maanden
Bij de transvrouwen daalde het spiervolume in het bovenbeen na een jaar met ongeveer vijf procent. Dat is een reële, meetbare afname, maar het is ook aanzienlijk minder dan veel mensen intuïtief verwachten. In het publieke debat wordt hormoontherapie vaak voorgesteld als een ingreep die het lichaam grondig hertekent. Op het niveau van de spier is die verandering er wel, maar hij is bescheiden.
Datzelfde patroon komt terug in ander onderzoek naar lichaamssamenstelling bij transgender personen. De grote Europese samenwerkingsstudies naar genderincongruentie laten zien dat de vetvrije massa bij transvrouwen in het eerste jaar met enkele procenten daalt, terwijl de vetmassa toeneemt en zich anders over het lichaam verdeelt. Het silhouet verandert daardoor duidelijk zichtbaar, maar het onderliggende spierweefsel verandert veel minder dan dat silhouet suggereert. Het overzicht van deze literatuur staat in ons stuk over de review van Hilton en Lundberg.
Waarom kracht en massa niet gelijk opgaan
Het subtielste en misschien wel belangrijkste punt is dat spiermassa en spierkracht niet hetzelfde zijn. In de Zweedse studie nam het spiervolume af, terwijl de kracht bij het strekken en buigen van de knie vrijwel op peil bleef. Met andere woorden: er was minder spier, maar die spier leverde per vierkante centimeter dwarsdoorsnede ongeveer evenveel kracht als daarvoor.
Dat is fysiologisch goed te verklaren. Kracht hangt niet alleen af van de hoeveelheid weefsel, maar ook van de aansturing door het zenuwstelsel, de aanhechtingspunten van pezen, de hefboomlengte van de botten en de vezeltypeverdeling. Die eigenschappen liggen na de puberteit grotendeels vast en worden door hormoontherapie niet geraakt. Het gevolg is dat een verlies van vijf procent massa in de praktijk vaak nog minder dan vijf procent krachtverlies oplevert.
Wat andere metingen laten zien
Handgreepkracht is een veelgebruikte, goedkope maat voor algemene spierkracht en wordt in veel transgenderzorgcohorten routinematig gemeten. Ook daar is het patroon een lichte daling, geen ineenstorting: transvrouwen blijven na een jaar hormoontherapie in de meeste onderzoeken boven het gemiddelde van vrouwen scoren. Analyses van fitheidstesten bij Amerikaans militair personeel wezen dezelfde kant op, met een blijvend verschil op hardlooptesten ook na twee jaar behandeling.
Bij uithoudingsvermogen ligt het genuanceerder, omdat daar wél één parameter volledig verandert. Hemoglobine daalt binnen enkele maanden naar het vrouwelijke referentiegebied, wat het zuurstoftransport merkbaar beïnvloedt. Waarom dat niet betekent dat het hele duurvoordeel verdwijnt, leggen wij uit in het artikel over hemoglobine en uithoudingsvermogen.
De beperkingen van dit onderzoek
Wie eerlijk over deze literatuur wil praten, moet de zwaktes benoemen. De studies zijn klein: het gaat vaak om tien tot twintig deelnemers per groep. Zij zijn bovendien uitgevoerd onder mensen die in transitie zijn om medische en persoonlijke redenen, niet onder wedstrijdsporters. Trainingsstatus is zelden gestandaardiseerd, en juist training beïnvloedt zowel het uitgangsniveau als het tempo van verlies.
Daar staat tegenover dat de richting van de bevindingen niet omstreden is. Er bestaat op dit moment geen studie die laat zien dat spiermassa of kracht bij transvrouwen binnen enkele jaren naar het vrouwelijke gemiddelde zakt. Als zo'n effect groot was, zou het ook in kleine groepen zichtbaar moeten zijn. Dat het niet gevonden wordt, is zelf een bevinding.
Wat dit betekent voor getrainde sporters
Voor de sport is de vertaalslag ongemakkelijk. Een sporter die tijdens de hormoontherapie blijft trainen, verliest waarschijnlijk minder dan iemand die stilzit, omdat krachttraining een deel van de anabole prikkel vervangt. Het gemeten verlies van vijf procent bij niet-sporters is daarmee eerder een bovengrens dan een ondergrens voor de topsport.
Tegelijk is het prestatieverschil tussen mannen en vrouwen op de meeste onderdelen tien procent of meer, en bij explosieve krachtprestaties fors groter. Een correctie van enkele procenten dekt die afstand niet. Precies dat maakt de vraag naar het blijvende voordeel na transitie tot de kern van het beleidsdebat, en niet tot een detail voor specialisten.
Hoe bonden deze cijfers vertaalden naar regels
Tot 2021 werkten de meeste sportbonden met het IOC-raamwerk uit 2015: twaalf maanden testosteron onder 10 nanomol per liter. Die termijn veronderstelde impliciet dat een jaar genoeg is om het verschil weg te nemen. Toen duidelijk werd dat na dat jaar slechts enkele procenten spiermassa waren verdwenen, verloor de regel haar onderbouwing.
Sindsdien is de lijn bij de grote federaties verschoven. World Aquatics koos in juni 2022 voor een criterium dat kijkt naar de puberteit in plaats van naar een momentopname van het hormoongehalte, World Athletics scherpte in maart 2023 aan en British Cycling koos in mei 2023 voor een gescheiden vrouwen- en open categorie. De redenering is telkens dezelfde: als het effect van suppressie klein en traag is, biedt een hormoongrens geen betrouwbare waarborg. De achtergrond van die hormoongrens beschrijven wij in het artikel over testosteron en sportprestatie.
Wat we nog niet weten
Er blijven serieuze open vragen. Hoe verloopt het verlies na drie, vijf of tien jaar? Bestaat er een punt waarop de daling versnelt, of vlakt de curve juist af? Wat gebeurt er bij mensen die al voor hun transitie op hoog niveau trainden? En hoe verhoudt het gemeten verlies zich tot daadwerkelijke wedstrijdtijden, in plaats van tot labwaarden? Op geen van die vragen bestaat vandaag een goed onderbouwd antwoord.
Dat pleit voor meer onderzoek, en tegelijk voor bescheidenheid in het gebruik van de bestaande cijfers door beide kampen in het debat. De gegevens die er liggen wijzen consistent één kant op, maar ze zijn dun. Andere onderzoeksartikelen verzamelen wij in de rubriek wetenschap; voor de bredere maatschappelijke context van dit onderwerp verwijzen wij naar het netwerkportaal over gender en samenleving.
Bronnen
- Wiik A, Lundberg TR, Rullman E et al. (2020). Muscle Strength, Size and Composition Following 12 Months of Gender-affirming Treatment in Transgender Individuals. Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism.
- Hilton EN, Lundberg TR (2021). Transgender Women in the Female Category of Sport: Perspectives on Testosterone Suppression and Performance Advantage. Sports Medicine 51:199-214.
- Roberts TA, Smalley J, Ahrendt D (2021). Effect of gender affirming hormones on athletic performance in transwomen and transmen. British Journal of Sports Medicine.
- Handelsman DJ, Hirschberg AL, Bermon S (2018). Circulating Testosterone as the Hormonal Basis of Sex Differences in Athletic Performance. Endocrine Reviews 39(5):803-829.
- World Aquatics (2022). Policy on Eligibility for the Men's and Women's Competition Categories.
- International Olympic Committee (2015). Consensus Meeting on Sex Reassignment and Hyperandrogenism.
Redactie Gendersport.nl
Onafhankelijke redactie die sportwetenschap, systematische reviews en officiële reglementen toegankelijk samenvat. Informatief, geen juridisch of sportmedisch advies. Laatst bijgewerkt op 10 november 2020.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Wetenschap

Wetenschap
Testosteron en sportprestatie: hoe het hormoon sekseverschillen in de sport verklaart
Testosteron vormt via de mannelijke puberteit de fysieke basis van sekseverschillen in kracht, spiermassa en uithoudingsvermogen. Deze uitleg laat zien wat het hormoon doet en wat suppressie wel en niet terugdraait.

Wetenschap
Blijft het biologische voordeel van een transvrouw bestaan na transitie?
Hormoontherapie verlaagt testosteron, maar reviews en studies laten zien dat een groot deel van het fysieke voordeel na transitie behouden blijft. Een overzicht van wat de wetenschap toont.

Wetenschap
De mannelijke puberteit: het moment waarop het duurzame sportvoordeel ontstaat
Het beslissende fysieke voordeel in de sport ontstaat tijdens de mannelijke puberteit. Dat verklaart waarom sportbonden leeftijd en Tanner-stadium als criterium gebruiken.

Wetenschap
De testosterongrens in nmol per liter: van 10 via 5 naar 2,5 en uiteindelijk naar de uitgang
Sportbonden verlaagden hun testosterongrens in tien jaar van 10 naar 2,5 nmol/l. Dit artikel legt uit wat die getallen betekenen, waar ze vandaan komen en waarom steeds meer bonden ze loslaten.